Werkvermogensmonitor
Bedrijfsgegevens
Organisatie:Sociaal Fonds TaxiOmvang:0 (nog niet bekend)
Sector:dienstverlening
Sector specifiek:Personenvervoer
Contactgegevens
Contactpersoon:Gelderen, H.J.E-mail:h.vangelderen@sociaalfondstaxi.nl
Projectgegevens
Projecttype:Voorlichting en bewustwordingProjectbeschrijving:
Sociaal Fonds Taxi
Sociaal Fonds Taxi is het centrale aanspreekpunt voor de taxibranche. Het fonds is expert op het gebied van arbo, veiligheid en cao en houdt toezicht op naleving van cao-bepalingen. Ook helpt het fonds mee bij de ontwikkeling van taxi-opleidingen en examens en is het een belangrijke gesprekspartner voor werknemers- en werkgeversorganisaties, gebruikersgroepen, beleidsmakers en opdrachtgevers van taxi-vervoer.
Aanleiding
De taxibranche kent veel kleine bedrijven, meer dan 50% van de ruim 1.500 bedrijven met personeel in loondienst heeft minder dan 30 werknemers, en deze bedrijven hebben een "platte" organisatiestructuur. De directeur- eigenaar verenigt in veel gevallen alle niet -chauffeursfuncties in zich, vaak rijdt hij zelf ook nog!
De directie van met name de kleinere bedrijven ontbreekt het aan tijd om informatie te verkrijgen en daardoor aan kennis. Het gevolg is dat men zich vaak niet/onvoldoende bewust is van de financiële en organisatorische risico's die het bedrijf loopt door bijvoorbeeld een scheef gegroeide leeftijdsopbouw en het ontbreken van beleid om vroegtijdige uitval bij ouder personeel te
voorkomen.
Niet alleen de werkgever heeft geen/weinig zicht op het uitvalsrisico van oudere werknemers, ook de werknemer zelf is zich nauwelijks bewust van de risico's van vroegtijdige uitval.
Er is geen sprake van Leeftijdsbewust beleid (LBB) in dergelijke bedrijven. Naast het ontbreken van een leeftijdsbewust beleid bij veel bedrijven ontbreekt het binnen de branche ook aan informatie over uitvalrisico's die gepaard gaan met specifieke taken van een chauffeur. Zo is er over het uitvalrisico van bijvoorbeeld (oudere) werknemers die voornamelijk worden ingezet op het fysiek belastende rolstoelvervoer weinig bekend, waardoor de branche (Sociaal Fonds Taxi) bedrijven moeilijk kan informeren en adviseren over het voeren van preventief beleid.
Doelstelling project
Met dit project wil het Sociaal Fonds Taxi een pakket aan producten ontwikkelen en ter beschikking stellen waarmee Sociaal Fonds Taxi (SFT) de (kleine) taxibedrijven behulpzaam kan zijn bij het voorkomen van vroegtijdige uitval van werknemers. Dit pakket zal bestaan uit: de Werkvermogensmonitor (WVM ) inclusief het aanvullende onderzoek, individueel advies, groepsadvies en de reeds bestaande door SFT ontwikkelde Arboproducten en dienstverlening.
Activiteiten en resultaten
Activiteit 1
Er is een voorbespreking gehouden met Preventned over het instrument werkvermogenmonitor (WVM). Vervolgens is intern overleg gevoerd met de eigen afdeling communicatie om de benodigde documenten te ontwikkelen om het proces te ondersteunen. Daarna is een klankbordgroep samengesteld bestaande uit 3 werkgevers, 2 vakbondvertegenwoordigers, 2 externe deskundigen en 3 vertegenwoordigers van SFT. Vervolgens is een selectiegemaakt van bedrijven tot 30 werknemers die bij SFT op een positieve manier bekend staan als het gaat om arbo activiteiten. Omdat er onvoldoende bedrijven geschikt waren is het criterium van maximaal 30 werknemers losgelaten.
Activiteit 2
Aan het begin van het project een pilot gedaan bij 3 taxibedrijven en, om het proces goed te kunnen uittesten heeft ook de eigen organisatie hieraan meegedaan. Doel van de pilot was om de WVM eventueel aan te passen en branchespecifiek te maken. De werkgevers van de pilot bedrijven waren ook degenen die namens werkgevers als vertegenwoordiger uit de branche zitting hadden in de klankbordgroep.
Activiteit 3
Omdat uit de eerder gehouden pilot bleek dat het project staat of valt met een goede en uitgebreide communicatie is zwaar ingezet op het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten. Om kostenefficiënt te werken en voldoende werknemers naar bijeenkomsten te krijgen is gekozen om dit te combineren met de SFT voorlichtingscyclus rondom de nieuwe CAO. Zo zijn er regionaal 10 bijeenkomsten uitgevoerd. Verder zijn vooraf aan de werknemersvoorlichtingen in dezelfde regio’s ook 5 werkgeversbijeenkomsten gehouden waarin het instrument WVM is geïntroduceerd. Verder zijn 15 bedrijfsbezoeken uitgevoerd bij werkgevers die verhinderd waren of om verdere toelichting te geven.
Activiteit 4
Vervolgens is de WVM toegepast bij bedrijven en werknemers. Na de pilot zijn in eerste instantie totaal 19 bedrijven bereid gevonden mee te doen aan het project. Uiteindelijk hebben 9 bedrijven hiervan daadwerkelijk meegedaan. De andere bedrijven haakten voreg of laat alsnog af wegen organisatorische of planningstechnische redenen. Om de uitvoering goed te laten verlopen en de respons zo hoog mogelijk te krijgen is gebruik gemaakt van o.a. samenwerkingsovereenkomsten, planningsopzet, communicatieplannen, nieuwsbrieven e.d. Verder is bij elk bedrijf een ambassadeur aangesteld die als contactpersoon intern en met SFT kon communiceren en coördineren en waar nodig gecoached kon worden vanuit SFT.
Activiteit 5
Voor ieder deelnemend bedrijf is een groepsrapportage opgesteld met een uitsplitsing voor rijdend en niet rijdend personeel. Van bedrijven met minder dan 30 werknemers is alleen een geanonimiseerd rapport gemaakt zodat gegevens niet herleidbaar zijn naar individuen. Over het totaal is door preventned ook een totaalrapportage gemaakt.
Conclusies
Tijdens de uitvoering van het project is een aantal instrumenten ingezet om levensfasebeleid actief op de kaart te zetten. Het gebruik van dit soort instrumenten is pas effectief als er binnen de deelnemende bedrijven een vertrouwensrelatie bestaat tussen werkgever en werknemers. Ten minste moet er een pro-actief personeelsbeleid zijn en een vorm van periodiek werkoverleg om met dit instrument een kans van slagen te maken. Helaas zijn veel taxibedrijven nog (lang) niet zover. Als er aandacht is voor verzuim dan is dat het geval wanneer er zich een incident voordoet. Wat dat betreft is er binnen de branche nog voldoende werk aan de winkel!
Terug naar overzicht praktijkvoorbeelden



