Terug naar overzicht praktijkvoorbeelden
Bij de (leef)tijd
Bedrijfsgegevens
Organisatie:Van Dorp Installaties bv
Omvang:250 - 999 werknemers
Sector:industrie
Sector specifiek:Installatietechniek
Contactgegevens
Contactpersoon:Stekelenburg, H.B.
E-mail:stekelenburg@zoetermeer.vdi.nl
Projectgegevens
Projecttype:Voorlichting en bewustwording
Projectbeschrijving:Samenvatting:
- Bewustwording van achterstand in kennis en bewustwording van een mogelijke disbalans tussen belasting en belastbaarheid van medewerkers;
- De uitvoering van voorgestelde plannen om de achterstand te bepalen, het kennisgat te vullen en de disbalans via een PAGO om te vormen naar meer balans tussen belasting en belastbaarheid.
Van Dorp Installaties
B.V.Van Dorp Installaties B.V. is een zelfstandig opererend, middelgroot installatiebedrijf. Van Dorp Installaties B.V., bestaat uit een holding, met acht vestigingen, verspreid over Nederland. Van Dorp Installaties bestaat uit verschillende disciplines, te weten de nieuwbouwafdelingen Elektra en Klimaatbeheersing en Sprinkler, de afdelingen Technisch Beheer RailInfra en Meet- en regeltechniek. In deze afdelingen is een grote mate van kennis op de vakspecifieke gebieden aanwezig. Naast het uitvoeren van door adviseurs ontworpen installaties, zijn de nieuwbouwafdelingen ook in staat eigen ontwerpen te genereren en te realiseren.
Aanleiding
De organisatie heeft de ervaring opgedaan dat de oudere medewerker minder dan de jongere openstaat voor het leren van nieuwe methoden en technieken. Het in beweging krijgen van 45-plussers voor een cursus of training is vaak niet zo’n eenvoudige zaak. De (toekomstige) inzetbaarheid van medewerkers is echter wel afhankelijk van het up-to-date houden van kennis.
|
“Medewerkers moeten zich dus bewust worden van het belang en de noodzaak van het op peil houden van kennis via opleiding en training. Kennisdeling en overdracht hangen daar ook mee samen”, aldus Henny Stekelenburg.
|
Stekelenburg is trekker van het project “Bij de (leef)tijd”.
|
“Uit de leeftijdsspiegel kwam naar voren dat er op korte termijn een kennisuitstroom gaat plaatsvinden als een grote groep medewerkers over een paar jaar met pensioen gaat. Vandaar de noodzaak om de ogen op kennismanagement te richten.”
|
Het bewaken van een gezonde balans tussen belasting en belastbaarheid wordt door Van Dorp als tweede argument aangevoerd om aandacht te besteden aan inzetbaarheid van medewerkers. Omdat alle medewerkers gezond met pensioen moeten kunnen gaan is een gezonde balans tussen belasting en belastbaarheid een voorwaarde. Het in kaart brengen van gezondheidsrisico’s en de gezondheidstoestand is dan een belangrijke zaak. De gezondheidsrisico’s van het werk bepalen de belasting. De fysieke én mentale toestand van de medewerker bepalen de belastbaarheid. Een Periodiek Arbeids Gezondheidskundig Onderzoek (PAGO) biedt uitkomst bij het bepalen van de belastbaarheid. Door inzicht in gezondheidseffecten die met de werkzaamheden samenhangen, kunnen aanvullende preventieve maatregelen getroffen worden. Het PAGO is daarom door de Arbodienst ten behoeve van alle medewerkers uitgevoerd bij Van Dorp.
Activiteiten
Het project ‘Bij de (leef)tijd’ ligt in handen van een werk- en stuurgroep. De werkgroep bestaat uit een tweetal vertegenwoordigers uit het directieteam en Henny Stekelenburg, vertegenwoordigster van de centrale afdeling Personeelszaken (PZ).
Van Dorp heeft de noodzaak aangetoond dat het op peil houden van het kennisniveau belangrijk is. De activiteiten die hiervoor zijn ontwikkeld, zijn echter vertraagd door de implementatie van een personeelsmanagementsysteem (PMS). “Dit systeem is essentieel voor het inventariseren van de aanwezige technische kennis en vaardigheden binnen de organisatie”, vertelt Stekelenburg. De kennis en vaardigheden zijn natuurlijk aanwezig, maar zijn tegelijkertijd versnipperd geregistreerd. Het PMS moet een duidelijk overzicht van alle in het bedrijf aanwezige technische kennis en vaardigheden realiseerbaar maken.
Stekelenburg benadrukt dat het belangrijk is om een PMS zo duidelijk en hanteerbaar mogelijk in te richten.
|
“Het PMS moet leidinggevenden van heldere informatie voorzien in het kader van opleidingen, mobiliteit, kennis, competenties en ziekteverzuim. Nu veel nadenken over wat we er in de toekomst mee willen doen en bereiken is een belangrijke vervolgstap”, vervolgt Stekelenburg.
|
Na de inventarisatie van kennis en vaardigheden kan de organisatie begin 2007 starten met het vaststellen van de kennisbehoefte over een periode van 5 tot 10 jaar. Stekelenburg denkt hierbij aan het verkennen van strategische plannen die de organisatie voor de middellange en lange termijn heeft ontwikkeld. Dit plan impliceert dat er meer kennis vergaard dient te worden over nieuwe technische toepassingen en methodieken. Het product van deze activiteit is een overzicht van alle benodigde kennis.
De stuurgroep concentreert zich op de strategie, de grote lijnen en ziet toe op de activiteiten van de werkgroep. De werkgroep heeft zich bezig gehouden met het PAGO en werkt aan het vullen van het PMS.
PAGO
Het PAGO is uitgevoerd door de Arbo-Unie. Inzicht in gezondheidsrisico’s en met name in de gezondheidstoestand van medewerkers is van belang voor het nemen van gepaste maatregelen. De directie hanteert het standpunt dat de medewerker zelf in belangrijke mate verantwoordelijk is voor de eigen gezondheid.
Er hebben 100 van de 320 aangeschreven medewerkers geparticipeerd aan het PAGO. Er hebben verschillende onderzoeken plaatsgevonden, zoals een ogentest, longtest, huidonderzoek en belastbaarheidsonderzoek. “Na het PAGO is er meer bekend over de zwaarte van werk, zoals sprinklermontage. Ook weten we of de ergonomische en veiligheidseisen worden nageleefd”, meldt Stekelenburg. De uitkomsten van de onderzoeken zijn teruggekoppeld aan PZ en de KAM-coördinator (Kwaliteit, Arbo en Milieu). De bedrijfsarts heeft de uitkomsten geïntegreerd in zijn behandelplan en PZ heeft de uitkomsten gebruikt als input voor een gezondheidsplan.
Draagvlak en bewustwording
Een belangrijke voorwaarde voor de realisering van personeelsbeleid is dat er draagvlak is bij de directie van een organisatie. Het creëren van draagvlak en het bewust maken van directie, leidinggevenden en werknemers zijn absolute voorwaarden voor het laten slagen van beleid in het algemeen en in deze casus leeftijdsbewust beleid. Informeren, communiceren, betrekken en overtuigen vormen daarbij relevante tactieken.
Stappen in de goede richting
Stekelenburg heeft tijdens het project al stappen gezet om de directie en afdelingen bewust te maken van de noodzaak van een betere inzetbaarheid en het belang van kennismanagement. Ze betrekt de directie en de lokale PZ-afdelingen bij het inventariseren van de aanwezige kennis en vaardigheden binnen de organisatie. “Indirect betrekken we hen dan ook bij het project en de uitgangspunten. Het is echter een proces van lange adem, want de resultaten liggen er pas in 2007. Dan is het PMS gevuld en kunnen er slagen worden gemaakt”, concludeert Stekelenburg.
Contactpersoon: Mw. H.B. Stekelenburg, stekelenburg@zoetermeer.vdi.nl
Terug naar overzicht praktijkvoorbeelden