Feiten en fictie over leeftijd en werk
Ouderen verschillen op sommige punten van jongeren. Maar de ideeën die wij daarover hebben zijn soms gebaseerd op onjuiste beeldvorming. Voor leeftijdsbewust beleid is het belangrijk om te weten wat feiten zijn en wat fictie is. De beelden over oudere medewerkers kloppen lang niet altijd met de feiten. Besluitvorming aan de hand van onjuiste beeldvorming kan tot ongewenste resultaten leiden.
Een voorbeeld
Beeld
Ouderen nemen moeilijker nieuwe kennis tot zich.
Besluitvorming
Werkgever biedt weinig scholing voor oudere medewerkers.
Ongewenste resultaten
- kennisachterstand bij oudere medewerkers, dus verminderde arbeidsproductiviteit.
- onzekerheid bij oudere medewerkers zelf over hun leercapaciteiten, dus meer moeite om nieuwe kennis te leren.
Dit soort foutieve beelden kunnen onder werkgevers de gedachte doen ontstaan dat ze hun oudere personeel liever kwijt dan rijk zijn.
Ouderen zijn minder belastbaar: deels feit, deels fictie
Hoe ouder een medewerker wordt, hoe zwaarder fysieke belasting voor hem of haar is. Dat is een feit. De spierkracht en het uithoudingsvermogen nemen af en de benodigde hersteltijd na fysieke inspanning neemt toe.
Hetzelfde geldt voor mentale belasting zoals de reactietijd en geheugencapaciteit.
Maar dit wordt deels gecompenseerd met een toename aan andere mentale vaardigheden, zoals het analytische vermogen en het welbewust en veilig te werk gaan.
Maar ouderen hebben ook een rijkere achtergrond dan jongeren. Daardoor kunnen ze bepaalde taken juist steeds weer beter doen zoals spreken in het openbaar, plannen en organiseren, probleemanalyse en oplossen van conflicten tussen mensen.
Vaak hangen afnames van bepaalde capaciteiten sterker samen met functieduur dan met leeftijd. Lang hetzelfde werk doen kan leiden tot ervaringsconcentratie of verlies van uitdaging in het werk.
Ouderen zijn minder gezond: deels feit, deels fictie
De gezondheid neemt af met de leeftijd. Slijtage van gewrichten, afname van hoor- en gezichtsvermogen… Maar de feiten wijzen uit dat de overgrote groep oudere medewerkers, zeker tot de leeftijd van 65 à 70 jaar, goed lichamelijk en geestelijk gezond is en het werk goed aankan.
Ouderen leren minder goed: fictie
Het leervermogen neemt op zich niet af met leeftijd. Maar ouderen moeten wel ‘in training’ blijven. Want: ouderen die al lang geen scholing hebben gevolgd, kunnen zelfvertrouwen in hun eigen leervermogen verliezen.
Wel verandert de voorkeur voor bepaalde leermethodes bij oudere medewerkers. Ze leren liever in de praktijk dan uit een boek. En krijgen liever individueel les dan klassikaal.
Ouderen zijn minder gemotiveerd: fictie
Ouderen zijn niet minder maar anders gemotiveerd. Met de leeftijd verandert de rol die werk speelt in iemands leven. Jongeren zijn vaker gericht op carrière en promotie maken, terwijl ouderen vaker zoeken naar zingeving en sociale relevantie.
En voor iedereen geldt: motivatie wordt minder als persoonlijke doelen niet gerealiseerd worden.




110.7 KB